westkust: Perth tot Exmouth
12 februari 2011 - Fremantle, Australië
Van Fremantle ben ik terug gegaan naar Perth, waar ik samen met de Duitse Christina, Andy en Deense Signe [Siene] zou vertrekken. Onze roadtrip werd helaas anderhalve dag uitgesteld, omdat Christina ontzettend ziek werd en de hostel manager een ambulance belde. Uiteindelijk was het precies wat we konden zien: uitdroging en shock. Het was een flinke teleurstelling voor iedereen. Christina kon nog een extra nacht in haar hostel slapen. Ik belde Natalie, een super aardige meid die in mijn eerste hostel in Perth werkt, en zij zorgde ervoor dat Signe, Andy en ik allemaal in het hostel op de banken konden slapen. Super! Het was slechts twee straten verderop en het bleek dat we de tv-kamer voor onszelf kregen. We hebben dus eerst gezellig een film gekeken voor het slapengaan. De volgende dag ging het al veel beter met Christina en 's middags zijn we vertrokken. We zijn die dag tot voorbij Lancelin gereden, op weg naar de Pinnacles Desert. We hebben, hilarisch genoeg, op de oude dirt road gekampeerd. Signe en Andy blijken ook harstikke tof te zijn dus het was meteen gezellig. En wat een sterren in de outback zeg!! We zaten tientallen kilometers (meer dan honderdis waarschijnlijk acurater) van stedelijk gebied en het wordt dan zo ontzettend donker. Het was tevens nieuwe maan en als resultaat heb ik meer sterren gezien dan ooit! Inclusief melkweg die zich als matte band door de hemel uitstrekt.
De volgende ochtend kwamen we aan bij de Pinnacles Desert. Het blijkt niet heel groot, maar wel super leuk te zijn. In de bush is er ineens een vlakte met wit en geel zand waar allerlei uhhh uitsteeksels uit oprijzen. Een informatie folder deelde mee dat Hollandse ontdekkings reizigers met hun schepen langs de kust kwamen en, in de zeventiende eeuw, de fossiele kalkrotsen aanzagen voor de restanten van een beschaving. Kan ik me best voorstellen! Het is net alsof er een soort stad gebouwd is. Na het ontbijt was onze volgende bestemming Shark Bay. Honderden kilometers verder, na wijdse uitzichten, een tweede nacht kamperen, een fotosessie midden op de 'snelweg' en een heleboel flauwe grappen later kwamen we aan bij Hamilton Pool. Hier hebben we de zogenaamde Stromatolieten gezien, dit zijn levende fossielen van micro-organismen. Ze groeien in de branding van de zee en zijn 'slechts' 3000 jaar oud. Het strand was mooi, met veel kleine schelpjes en grappige boompjes en een afgraving van 'schelpbakstenen'. Tegen de tijd dat we dit gezien hadden, was het alweer eind van de middag dus was het plan om meteen maar door te rijden naar Monkey Mia.
Monkey Mia is met name beroemd door het dagelijkse voeren van 'wilde' dolfijnen, zegmaar half tam. Of zoals zij het liever zeggen 'habitated'. Het was fijn om voor het eerst sinds 3 nachten een douche te hebben en we hebben na het douchen en eten een typisch Australische avond gehad: het was nog steeds warm, dus gingen we in het donker naar het strand, gewapend met cider en koekjes. Boven me de sterren, voor me het ruisen van de zee en onder me het nog warme zand... dat vind je thuis niet zo gemakkelijk! 's Ochtends deden we het rustig aan, wat betekende dat we om half 8 's ochtends weer op het strand stonden. We bekeken de eerste voersessie en zouden daarna gaan zwemmen. De dolfijnen kwamen echter meteen weer terug voor een tweede lading vis, dus ik heb ze van heel dichtbij kunnen zien! Het was leuk dat er een baby-dolfijn bij was van zo'n 10 weken oud, super speels en nogal ongecoordineerd. Even later, toen ik ging zwemmen, zag ik ook nog twee stingrays langs zwemmen! Op het moment dat ik vlak naast ze was, herinnerde ik me ineens dat ze nogal gevaarlijk kunnen prikken als je er per ongeluk op zou stappen.
Na Monkey Mia reden we naar het Francois Peron NP. Deze is alleen begaanbaar met een 4wd-auto, en laat Christina nou zo'n toffe bak hebben! We begonnen vol enthousiasme, met het idee dat we best de honderd kilometer door het hele park konden rijden. Binnen twee minuten bleek het echter al dat dit nogal een uitdaging zou worden.. het zand was ontzettend zacht en de auto niet de nieuwste meer. Tien kilometer(oh ja!) later kwamen bij de Big Lagoon. Een mooie baai en onderweg zagen we opgedroogde zoutvlaktes. We besloten niet de 40 kilometer lange weg verder door het park te rijden en een uur later ofzo waren we weer bij de verharde weg. Toen we bij Eagle Bluff kwamen had ik geen idee iets speciaals te verwachten van een uitzichtpunt, maar het is waanzinnig! Je staat op een board-walk op een hoge klif en je kunt uitkijken over de hele kustlijn aan de ene kant en de enorme vlaktes van de outback aan de andere kant. Groene bosjes, witte stranden, turqouise heldere zee die ineens overgaat in diepgroen waar de enorme zeegras-weides beginnen. Er ligt een klein eiland vlakbij de kust en onder het uitzichtpunt is een ondiepe baai. We stonden een tijdje naar het water te kijken en toen zag ik een enorme zwarte (koe)stingray! En even later konden we tientallen haaien zien rondzwemmen! Super gaaf. En jawel, ik heb ook nog een adelaar (eagle) over zien vliegen. Na Eagle Bluff kwamen we bij Shell beach. In eerste instantie was ik niet onder de indruk omdat we de schelpjes al hadden gezien. Schelpjes? Jawel, dit strand heeft geen zand, maar ontelbaar veel kleine sneeuwwitte schelpjes. Het water bleek echter perfect te zijn, dus Andy en ik konden het niet weerstaan om even te gaan zwemmen! De paar andere toeristen gingen al snel weg en toen was het een paradijsje alleen voor ons reisgroepje. Het water is super helder en zo warm als een bad. Daarnaast is het hyper-saline, oftewel; super zout waardoor je heerlijk kan dobberen.
Eind van de middag hadden we nog een paar honderd kilometer voor de boeg en we waren alweer midden in de westelijke outback, met niet meer dan twee tegenliggers per uur. Met zonsondergang kwamen we bij een hoog utizichtpunt waardoor we over de grote vlaktes konden uitkijken. We wilden echter niet in het donker rijden en tevens wilden we niet in het zicht kamperen (genoeg gekken daar). Uiteindelijk vonden we een dirt road met een bocht en een aantal struiken, zodat we de auto uit het zicht konden parkeren en midden op de weg de tentjes konden opzetten, in het donker. In het begin was er niks aan de hand.. we zetten de tenten op en kookten een prachtige maaltijd van 2-minutes-instant-noodles. Vlak voor het eten zag Andy echter een grote spin, maar gelukkig zat die niet heel dichtbij de tenten. Tijdens koken en eten was het een circus van enorme nachtvlinderd, sprinkhanen en cicades. Even later zag een van ons een schorpioen! Weliswaar niet heel groot, maar toch indrukwekkend als je op de grond zit met je korte broek en blote voeten. We sprongen op om schoenen uit de auto te pakken, maar toen bleek er aan de ene kant een enorme spin te zitten en aan de andere kant een (kleine) slang! Woeha, outback ervaring, check. We hebben snel ons eten op gegeten, met een mooie bliksemlichtshow in de verte en toen zijn we met kleren en al de tentjes in gedoken. Het was nog niet zo makkelijk om te slapen, omdat ik steeds iets tegen mn voet aan voelde door de muggenhor. De volgende ochtend waren de slangen-sporen het bewijs dat het geen pure paranoide was. Ons idee was dat 's ochtends de enge beesten weg zouden zijn en we in alle rust de spullen konden afwassen, inpakken, etcetera. Helaas... plannen maken gaat altijd mis. De enge beesten waren dan wel weg, maar ze waren vervangen door meer vliegen dan ik ooit heb gezien! Ik moest pap en mams muggennetje over mijn hoofd dragen om de vliegen niet steeds in te ademen, en de anderen moesten zich behelpen met een t-shirt over het gezicht. We hebben alle spullen in de auto gepropt en zijn snel wegegreden. Wat een zooi kunnen vier backpackers in een auto maken zeg!
In Coral Bay aangekomen, voelde Christina zich weer niet lekker. Andy, Signe en ik besloten een kampeerplek op de camping te betalen en het rustig aan te doen. Die middag gingen we zwemmen en was het paniekerig-grappig toen we realiseerden dat het ondiepe water bijna een mijnenveld genoemd kan worden. We zagen verschillende stingrays wegzwemmen. Met mijn keine duikbril zag ik allerlei grote, witet vissen voorbij zwemmen en zelfs een enorme wit-met-roze-stippen stingray, zulke kleuren had ik nog nooit gezien! Toen ik het water uit ging zag ik ook voor het eerst vliegende/springende vissen, honderden. Indrukwekkend. Op de kamping raakten we aan de praat met een stel Zwitsers met wie we een biertje hebben gedronken. De volgende ochtend gingen we snorkelen en dat was voor mij voor het eerst. Gewapend met onze gehuurde snorkels en flippers liepen we door de branding naar Paradise Beach (oh ja!). Aan het begin van het strand lieten we onze spullen op de rotsen achter, toen liepen we naar de andere kant van het strand, gingen het water in en na 5 minuten zwemmen waren we al boven het koraal! Het Ningaloo Rif is een van de mooiste plekken ter wereld om te duiken en snorkelen. We zagen koraal in allerlei vormen: bruine bloemen, blauwe bloemen, witte stekens, blauwe stekels, paarse lappen, etcetera. Het is werkelijk een andere wereld daar, met allerlei kleine koninkrijkjes. De vissen zijn groot en dik of juist super klein, ze zijn in alle mogelijke kleuren en patronen. Er is daar een vissoort dat best groot is en fel groen-blauw gekleurd en ze hebben een soort papegaaien-bek. Harstikke mooi en deze zijn helemaal niet schuw. De stroom voerde ons snel weer terug naar het strand waar onze spullen lagen, perfect. Na delunch gingen we voor een tweede duik en we zijn toen echt ver de zee in gezwommen. Dat was nog best een uitdaging omdat de wind en stroming waren toegenomen. Het was wel super gaaf, want... ik zag een schildpad langszwemmen! Terug op het strand werd Christina weer ziek: teveel zout water, te weinig drinkwater, zonnesteek. Het is soms best irritant als mede-reizigers steeds niet goed voor zichzelf zorgen, maar het was vooral naar voor haar. Die avond werd Signe ook super ziek van de zonnesteek. We noemden onszelf de lobster girls, want jeetje wat zijn we die dag verbrand! Voor het eerst dat ik in Australie echt verbrand ben trouwens. Signe kon niet op haar rug liggen en ik kon nauwelijks zitten, het was wel hilarisch dat we als oude dametjes rondliepen. Alleen Andy voelde zich best goed. Alles bij elkaar betekende het wederom een nacht zonder slaap.
De laatste bestemming was Exmouth. Onderweg moesten we nog even stoppen voor overstekende emu's. In het dorp kwamen we de Zwitsers weer tegen in de supermarkt en met zijn allen zijn we naar een camping gegaan. Christina en ik hebben die avond gezellig met de kerels een drankje gedronken op de kamping en verder hebben we alleen maar geprobeert de hitte te overleven. De volgende dag ging ik even het plaatsje in met Andy en Signe. Die twee bleken per direct te kunnen beginnen met een duikcursus en ik kon gaan shoppen voor nieuwe slippers. Gut wat slijt alles hier toch snel tijdens het reizen! Mijn korte broek valt ook uit elkaar en ik moest die dag ook een fijn shirtje weggooien dat helaas overleden verklaard was. Zooo en de hitte in Exmouth was zo intens! Het was niet alleen rond de 40 graden, het was ook heel erg vochtig, humid, en dus benauwd. Doordat er dit jaar zoveel regen is geweest stikt het er ook van de muggen. Die middag hebben we het rustig aan gedaan en 's nachts kon ik niet meer dan 2 uur slapen. De hitte was gewoon echt teveel in de tent en buiten ben ik helemaal lek gestoken door de muggen. Na de eerste nacht had ik al zeker zo'n 40 of 50 steken en na de tweede nacht was het compleet onmogelijk zelfs nog maar een poging te wagen om te tellen. Christina ging de volgende dag weer verder, en de jongens ook. Ik besloot om terug te gaan naar Perth. Helaas kon ik geen lift vinden, dus heb ik de nachtbus terug gepakt. Dat was uiteindelijk best verstandig, want het was een stuk sneller en ik kon best goed slapen. Geluk bij een ongeluk: mijn boeking was niet goed doorgekomen dus ik had geen stoel toegewezen gekregen, waardoor ik uiteindelijk als enige achterin de bus twee stoelen voor mezelf had.
In Perth ging ik weer naar Fremantle, naar de Old Fire Station. Helaas was er weer geen bed vrij waardoor ik weer op de bank sliep. Maar is wel gezellig hier weer terug te zijn! Dan en Lenny nodigden me meteen uit voor een BBQ en na het eten was het voor Lenny en mij tijd voor.. karaoke! Dan en Julian gingen ook mee en het bleek volle bak te zijn. De hele kroeg was aan het zingen en dansen, jeej! Een oudere dame verkocht rozen en halverwege de avond kreeg ik van Dan een roos, ahh. Na de karaoke gingen Lenny en ik, inmiddels al traditie, naar het strand om op de rotsen te zitten. Luisteren en kletsen. Verder heb ik de afgelopen dagen vrij weinig gedaan. Ik voel me nogal moe en lui. Daarnaast zit ik ook een beetje vast aan het vinden van een lift. Gelukkig heb ik dit nu gevonden. Vanmiddag ging ik Freo in om de hippie-markt en groentenmarkt te bekijken. Fremantle is echt een leuke plek, ik zou hier best een tijdje willen blijven om te werken. Morgenochtend vertrek ik met een lift naar het zuidwesten (margaret river, valley of the giants, albany, etc). Over twee weken vlieg ik namelijk alweer terug naar de oostkust. Mijn lift bestaat uit de Franse Jeremy en twee anderen die ik nog niet heb ontmoet.. ik ben benieuwd! Ik kijk er wel naar uit om weer wat te ondernemen en om de bossen in te gaan (als ze daar nog niet zijn afgebrand).
Na twee nachten steeds kamers te hebben gewisseld blijken en nu wederom geen vrije bedden te zijn, waardoor ik vanacht dus eerst maar weer even op de bank slaap.. haha ik geloof dat ik straks niet meer in gewone bedden kan slapen, zoveel ben ik nu aan banken gewend! ;)

fijn dat je een lift hebt gevonden meis, het zijn prachtige bossen en fijn om ook voor de zon te schuilen! geniet ervan en ik mail je snel! XX
De enge beesten passen hier zo goed in de wilde bush dat het niet zo eng meer is. Ik ga morgen terug naar de oostkust. Eerst naar het noorden, Cairns en vanaf daar reis ik terug naar Melbourne.