In de outback: "Let’s do this sh*t!"
2 oktober 2010 - Alice Springs, Australië
[waarschuwing: verontschuldig mijn langdradigheid]
Halverwege de reis door de outback zijn we gestrand… in Daly Waters, of all places. Zodra we de auto startten om van de parkeerplek de camping op de rijden, reed de auto met een enorm kabaal onder de motorkap. Goddank waren we in een bewoonde plek, want je kunt niet zomaar 50 kilometer door de woestijn lopen naar de dichtstbijzijnde kraan. Overdag is het al onmogelijk en gevaarlijk, ’s nachts is het zo mogelijk nog levensbedreigender om in de outback te stranden. Onze Belg zag het al snel niet echt meer zitten, maar gelukkig zijn zowel Naline als ik praktisch ingesteld: waar vind je een stoere kerel die verstand heeft van auto’s?.. in de kroeg natuurlijk! Afijn, we hebben onszelf gelukkig geprezen voor het feit dat Daly Waters druk bevolkt was (toch zeker 150 man) dankzij een historische kroeg, ook wel de enige echte pub in dit deel van de outback. En omdat het de zaterdag van de Grand Final van Footy was! In de Daly Waters pub liepen gelukkig genoeg stoere kerels rond en al snel hadden we een paar stom dronken en ietsiepietsie minder dronken cattle ranch workers ontmoet. Echt Ozzie rauwdouwers en een hilarisch bezopen Ier die de avond vrij hadden genomen om zich te bezatten. Ze waren aardig (en nuchter) genoeg om een blik in de auto te werpen, hoewel dit wel enigszins strategisch gebeurde.. Omstebeurt hielden Naline en ik de Ier in gesprek zodat hij niet zou proberen zich met de auto te bemoeien, onder het terugkerende “oh shut up” van de mannen wanneer hij dat toch deed. Het resulteerde wel in een hilarisch gesprekje. Dit was ongeveer de strekking: “girls, I just need love, you know? So uh, do I look just a little bit attractive? Or at least acceptable?” Hij was zó blij met het antwoord: “no worries, mate, as long as you smile you are acceptable” hihi. Uiteindelijk bleek de lager van de airco stuk te zijn, wat in principe de motor niet teveel beïnvloed. Helaas bleek ook dat we ineens nog maar één druppel olie hadden en sowieso ergens gestrand zouden zijn als de airco niet al dat kabaal had gemaakt. De enige monteur in de omgeving was op rodeo tot maandag en dinsdagochtend moesten Naline en ik op tour in Alice Springs! Wij wilden niet het risico nemen dat er wel een olielek in de auto zat en besloten een andere lift te zoeken.
We hadden het niet beter kunnen treffen: in de enige kroeg in de wijde omtrek, op de dag van de Footy Grand Final.. Het was inmiddels best laat, maar er zaten nog steeds mensen op het terras. Er was een muzikant die net klaar was met zijn repertoire. Deze aardige kerel bleek ook autopech te hebben en speelde nu gitaar voor de kost tot de monteur weer beschikbaar was. Na een welgemeend compliment over zijn hawaï-shirt met gitaartjes in plaats van ananassen, stemde de heer toe dat ik even zijn microfoon mocht lenen. Naline stond in een zomerjurkje mooi te zijn en ik mocht een aankondiging doen. Wij waren immers twee aardige meiden die helaas autopech hadden, dus of iemand ons alstublieft mee naar Alice Springs kon nemen zodat we weer blij zouden zijn. En jawel! Een moeder (Lisa) en haar vijftienjarige zoon (Sam) wilden ons de volgende ochtend vroeg wel meenemen. Lisa bleek directeur te zijn van de jeugdgevangenis van de Nothern Territory. Een veiligere lift hadden we niet kunnen krijgen en ze zouden in één keer doorrijden naar Alice Springs, omdat Sam daar een bmx-race zou rijden. De volgende ochtend om 7 uur vertrokken we. Onderweg zijn we zelfs nog even gestopt om foto’s te maken en bij Devils Marbles (bizar grote knikkerrotsen). Zondag stonden we rond 3 uur ’s middags al bij de receptie van ons hostel in Alice Springs. Meer dan een dag eerder dan verwacht, jeej!
In Alice Springs bleek al snel dat we de goede keuze hadden gemaakt qua hostel: Annie’s Place. Ook al heb ik nog niet veel vergelijkingsmateriaal, dit lijkt me echt het beste hostel! Alle drie de kamers waar we hebben geslapen hadden een ‘en suite’ badkamer; er is een zwembad met omringend grasveldje met zon, schaduw en picknicktafels; er is een open keuken; een grote bar met elke avond goedkoop en lekker eten en drinken; chille banken; en een achtertuin vol met tafels en sfeerverlichting. De sfeer is al met al ideaal. En dan heb ik nog niet eens de relaxte 70’s-90’s muziek, paspoppen in de boom, vrolijke kleuren en dagelijkse bioscoop-bij-het-zwembad genoemd. Na aankomst en een welkome douche hadden we alle tijd om alle vijf de straten van het stadje te verkennen, een boek te lezen en te zonnen. Maandag in de loop van de middag arriveerde de rest: Louise, Natasha, Dieba, Sue en ‘Italy’ oftewel Giovanna en haar toffe neef Michele. Het was even wennen om ineens weer omringt te zijn door mensen, maar dat gevoel ging snel over want het bleek super gezellig te zijn.
Dinsdagochtend om half 6 stonden we allemaal klaar om op tour te gaan. We gingen 3 dagen de outback in met Mulgas Tour, het partnerbedrijf van Annie’s Place. De groep bestond uit zo’n 15 man van zo’n 19 tot 35 jaar en we hadden een super toffe tour guide: Mike. Vanaf de eerste minuut heeft hij ons geconditioneerd met zijn uitspraken: iedereen was “mate”, alles was “awesomeness” en natuurlijk begon het met “let’s do this shit!” De eerste dag gingen we naar Kings Canyon in Watarrka NP. Om ons zoet te houden tijdens de paar uur durende busrit kregen we een uitdaging en gekleurde markeerstiften: wie de mooiste tekening op het raam kliederde, won aan het eind van de tour een kan bier. Eenmaal bij Kings Canyon aangekomen, hebben we een super gave wandeling gemaakt. Tot de week voordat wij de outback in gingen, heeft het daar zowaar met bakken geregend, waardoor voor het eerst in 20 jaar ofzo zo’n beetje de hele outback groen was. Kings Canyon wordt normaal gesproken dus omgeven door dorre, dode bomen. Het bleek nu dat deze bomen ineens weer tot leven kunnen komen en alles stond in bloei. Overal hebben we bloemen en groene planten gezien, wat een prachtig contrast is met de rode rotsen en blauwe lucht. Mike vertelde ons allerlei feiten over de lokale dieren, zoals kangoeroesoorten, pythons in de bomen en rupsen in boomwortels. Ook lichtte hij ons in over de planten die om ons heen stonden. Zo moesten we oppassen met het gras dat óveral groeit (en binnenkort weggebrand zou worden) omdat je er heel erge jeuk van kan krijgen. Er was ook een plant die perfect werkt als lijm wanneer je gewond raakt en bloed moet stelpen. Een andere plant met lieflijke paarsblauwe bloempjes bleek als supertabak te dienen, hoewel je er compleet van gaat trippen wanneer je het na drie dagen kauwen achter je oor stopt. Dit groeide allemaal midden op het pad, dus vertelde Mike er doodleuk even bij dat je blind kan worden als je na aanraking met die planten met je handen in je oog wrijft. Na een duik in de Garden of Eden en een verrassend vogeltje dat een paardans voor ons deed, was het weer tijd om verder te gaan. Die avond was het tijd om voor het eerst in de bushbush te slapen… dat werd me wat! Tegen de schemer kwamen we via een zandpad uit in niemandsland. We zagen een container en een tafel, dat was onze kampeerplek. En toen… bleek dat alle swags verdwenen waren!! Een swag is een grote canvas zak met een matrasje erin, zodat je geen tent nodig hebt. Na een minuutje goed vloeken besloot Mike dat we door het donker een uur zouden rijden naar de kampeerplaats bij Uluru (Ayers Rock). Daar zouden we misschien wel een paar swags van aan ander tourbedrijf kunnen lenen. Gelukkig slaagde dit plan en konden we, na een bonen maaltijd om 11 uur ’s avonds, toch nog onder de sterren slapen. En je ziet nooit meer sterren dan midden in de outback! Ohja, en vergeet niet je schoenen in je swag te stoppen, anders worden ze gestolen… door Dingos! Ondanks de kou en prikkebeesten heb ik heerlijk geslapen, als een blok. Doe mij ook maar zo’n swag!
Dag twee begon met buikpijn en een prachtige zonsopgang bij Uluru. Het ontbijt was even schrikken: worsten op witbrood met witte bonen in tomatensaus. Zodra de zon goed en wel boven de horizon was, vertrokken we naar Kata Tjuta, ofwel de Olga’s. Deze prachtige rond uitgesleten rotsen hebben we verkend met een lange wandeling. Tijdens de wandeling heeft Mike een aantal mooie en een aantal minder smakelijke verhalen en gebruiken verteld van de lokale Anangu Aboriginal cultuur. Haha, Natasha en ik hebben hem werkelijk uitgehoord, want het is echt super interessant. Ik vind het ook belangrijk om als toerist toch iets te weten over het gebied en haar bewoners. We zijn hierna ook naar het Cultural Centre geweest. Ik was onder de indruk door de mooie opzet van dit bezoekerscentrum, waarin de Anangu-cultuur wordt geïntroduceerd. Het is zeker een aanrader. Na dit educatieve uitstapje was het alweer bijna tijd voor zonsondergang. Deze hebben we, natuurlijk, bij Uluru bekeken. Onderweg trapte Mike ineens vol op de rem, sprong de bus uit, rende terug met iets in zijn hand en reed verder. Hihi, toen ik even gluurde wat hij had meegenomen zag ik ineens een beestje op zijn schoot. Even later stopten we bij Uluru en bleek het beestje een thorny devil te zijn, een super schattige Australische lizard. Het was grappig dat vroeg aankwamen en Mike ons vertelde dat het mooiste van de zonsondergang bij Uluru eigenlijk de andere toeristen zijn. Hij vertelde hoe veel mensen het dubbele betalen en daarom soms denken meer recht te hebben op een plekje vooraan, met hun krukjes en camera’s… huh?! Jazeker… 20 minuten voor zonsondergang stond het stampvol toeristen. De meesten hebben de kleurverandering niet eens gezien doordat ze alleen naar hun camera keken, vanaf hun uitklapkrukjes. Er werden zelfs tafels met champagne en pinda’s neergezet. Ha! Wij hadden het maar goed getroffen dan: prima zicht en een heerlijke curry maaltijd á lá tour guide. Met Gio op de gitaar, de rest van ons aan het zingen, en een biertje in mijn hand, midden in de outback… beter kan toch niet? Na de zonsondergang gingen we terug naar de kampeerplek waar we een kampvuur hebben gebouwd met ons zelf verzamelde hout. Na een paar (drank)spelletjes was iedereen moe en goed gehumeurd, zodat we allemaal weer fijn onze slaapzakken en swags in konden.
De volgende ochtend was de laatste dag van de tour aangebroken. En mijn eerste wakkere gedachten: wat ben ik blij met Stingose! Dat is een zalfje dat de pijn en jeuk weghaalt na een prik of beet van een diertje of plant. De muggen, sandflies en misschien een of ander spinnetje hadden ontdekt dit mensje toch wel goed smaakt. Na het ontbijt met boterhammen en yoghurt (jeej!) was het tijd voor de ‘base walk’ om de Uluru rots heen. Huh? Drie keer dezelfde rots midden in de woestijn bekijken? Tsja, dat leek mij eerst ook een beetje vreemd, maar het is echt indrukwekkend! Van ver lijkt Uluru een massieve, egale rots, maar wanneer je er naast staat is het ten eerste indrukwekkend groot (het koste minstens 3 uur om er rustig omheen te lopen). Daarnaast is elke kant ook anders: overal zijn grotten, inhammen en verborgen hoekjes. Door de regen hebben we zelfs water van de rots zien lopen, en er bloeiden bomen halverwege de hoogte. Het is een mooie, spirituele, warme wandeling die ik iedereen zou aanraden. Wat ik ook even wil zeggen: ik snap echt niet dat er nog steeds mensen de rots op klimmen! Het is niet eens zozeer vanwege het gebrek aan respect, het is vooral door de onveiligheid! Het is super stijl en glad en er is na de eerste 50 meter niets om je aan vast te houden, terwijl het waait. Onderaan de rots hangen plakkaten van de kinderen onder de 12 die daar overleden zijn en ik totaal zijn er al zo’n 60 mensen gestorven. Er is zelfs een keer een man afgevallen wiens lichaam pas anderhalf jaar later bij toeval werd gevonden… iehh! Dat ze de klim vaak openstellen is een te bizarre strategie van de overheid om betalende toeristen naar de outback te krijgen. Al goed, het leukste van de wandeling was dat ik me alle uren prima heb vermaakt! Het was genoeg tijd om gezellig met de anderen in de groep te kletsen, regelmatig even Uluru te bewonderen en het grote niets van de outback te bekijken. Giovanna en ik hebben zelfs alle liedjes gezongen die we kenden, van Disney tot de Phantom of the opera. Een bezoekje aan de camel farm volgde, waarna we onze laatste rit terug naar het hostel doorbrachten met onze disco… haha, de bus heeft tijdens de hele tour de vering goed getest door al het dansen en zingen onderweg!
Eenmaal terug bij het hostel zijn we met een paar van de groep nog de zonsondergang bekeken vanaf Billy Goat Hill. Hierna was het eindelijk tijd voor een douche! ’s Avonds hebben we met de hele groep gegeten en bierspellen gespeeld. Een bierestafette noemen ze hier een ‘boat race’, tsja. Die nacht heerlijk geslapen. Mijn laatste dag in Alice bestond vooral uit even kort zonnen, mijn boek uitlezen en een didgeridoo workshop.
De terugvlucht had enige vertraging en eenmaal terug in Melbourne voelde het helemaal niet goed om zomaar ineens een heerlijke vakantie af te sluiten. Aangezien de Grand Final van de footy gelijk was gespeeld, speelden ze deze zaterdag opnieuw. Collingwood won en laat dat nou toevallig het team ‘van’ Darren en zijn vrienden zijn.. Naline en ik zijn toen na een douche en zonder uitpakken in de trein gestapt naar A Bar Called Barry, waar we de rest van de avond karaoke hebben gezongen!
En dat was het dan… het grote verslag van mijn mid-semester break :D (knap hoor, als je het helemaal hebt uitgelezen) Nu is het weer tijd om aan de slag te gaan met de laatste weken studeren in Melbourne.

groetjes!
wat schrijf je toch hilarisch, echt leuk!! ook super mooie foto's (ze staan in omgekeerde volgorde)!
klinkt wel echt als in de film he: de monteur was even op rodeo dus was later weer beschikbaar. en wat een mazzel dat jullie bij die unieke pub stranden :) was stiekem wel benieuwd naar dat Belgje met zn auto.. misschien extra fotootje? ;)
veel succes met de studie meis!!
hele dikke kus